Actuele beleidscontext

Het programma Leefomgeving en Bereikbaarheid zet zich al geruime tijd hard in om alle afgesproken doelen en prestaties van de programmabegroting waar te maken. Dit gebeurt volgens lijnen zoals deze in de Visie Leefomgeving (2014) en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma (2016) zijn vastgelegd. De kern van deze visie is dat er voor iedereen in Deventer een schone, hele en veilige leefomgeving wordt geboden. Met daarbij het streven naar een maximaal rendement van de investeringen, ruimte voor initiatief en uiteindelijk een fijne en prettige woonomgeving. Constatering is dat er druk staat op het beschikbaar budget. Naast de forse inflatieontwikkeling die in 2022 plaatsvindt zijn er ook nog andere uitdagingen, ontwikkelingen en trends die we aan moeten gaan. 

1. Ontwikkelingen en trends voor de komende jaren

Inleiding

Welke ontwikkelingen hebben we gezien in de afgelopen jaren en welke ontwikkelingen zien we de komende jaren op ons afkomen?
De trends en de ontwikkelingen die gesignaleerd worden zijn een mix van zaken die al spelen, zich ook voort blijven zetten en zaken die vrijwel zeker gaan spelen in de nabije toekomst.  
Er volgt hieronder een weergave van diverse zaken die invloed hebben op de inrichting en het beheer en onderhoud onze Leefomgeving. Deze beïnvloeden ons handelen en dus ook de inzet van de beschikbare en benodigde middelen voor de komende jaren. 

De ontwikkelingen en trends

De verandering van ons klimaat is een tijd geleden al onderkend en heeft dan ook geresulteerd in een klimaatadaptatieprogramma om zo wateroverlast en hittestress doelmatig aan te kunnen pakken. We staan aan het begin van een langdurig en intensief traject om deze twee knelpunten het hoofd te kunnen bieden. De eerste stappen zijn dus gezet maar er liggen nog de nodige uitdagingen op dit vlak die we aan moeten gaan.  
De energie- en warmte-transitie -opgaven hebben gevolgen voor de gebouwde fysieke omgeving maar deze transities hebben ook een enorme impact op de, niet-bebouwde fysieke leefomgeving, de openbare ruimte. Er komen voorzieningen onder en ook boven de grond, waardoor deze open gemaakt moet worden en aan de nu aanwezige inrichting aangepast moet worden. Hier gaat dus nog het nodige veranderen in de nabije toekomst.
De circulaire en duurzame samenleving is niet direct een geheel nieuwe ontwikkeling maar deze gaat wel steeds meer het handelen in en de inrichting van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. De aanbestedingen gaan daar nog meer op ingericht worden. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte wordt anders dus er zal ook een andere inzet van (meer) middelen plaats gaan vinden de komende jaren.  
Een andere duidelijke trend is dat mensen een gezonde samenleving steeds belangrijker vinden en tevens zien we dat men dit ook meer wil integreren in de dagelijkse levenscyclus. Zeker sinds de komst van Corona hebben mensen het buiten sporten en bewegen in de dagelijkse leefomgeving opnieuw uitgevonden en zijn wonen, werken en recreëren (sporten) meer met elkaar verweven geraakt.
Naast de speelvoorzieningen voor kinderen, melden ook steeds vaker volwassenen zich met sport- en speelbehoeften in hun directe woonomgeving. Gezondheid in de openbare ruimte is een belangrijk thema.

In het verlengde van bovengenoemde behoeften is het ook een duidelijk waarneembare beweging dat bewoners en soms ook bedrijven met initiatieven naar ons toe komen om enkele onderdelen van de openbare ruimte aan te mogen passen of soms zelfs in eigen beheer te mogen krijgen. De participatie samenleving in alle facetten, van heel bescheiden een paar plantjes bij een boom tot en met right to plan/  challenge, vraagt om zorgvuldige begeleiding zeker wanneer we als gemeente de regie vast willen houden.
Een andere waarneembare trend die zich nog steeds meer manifesteert is de zogenaamde juridificering van de maatschappij. Dat is ook logisch omdat steeds meer mensen veel dichter op elkaar wonen. Veel vaker dan in het verleden bewandelen bewoners en bedrijven de juridische weg om hun gelijk te krijgen en daarmee zaken naar hun hand te zetten. Het zal duidelijk zijn dat we hier graag op een juiste en adequate manier op moeten reageren en dat het ook inzet vraagt van ons.
Het continu meebewegen en meedenken in behoeften die voortkomen uit verschillende invalshoeken zoals die bijvoorbeeld ontstaan door een vraag vanuit de gewenste inclusieve maatschappij maakt dat er ook hierop adequaat ingespeeld moet worden bij de inrichting van onze openbare ruimte. Iedereen moet mee kunnen blijven doen en waar nodig betekent dat ook een aangepaste openbare ruimte. Dit veroorzaakt een vraag/behoefte die niet altijd gelijke tred houdt met de technische programmering.
De vastgestelde omgevingsvisie geeft ook aan dat we midden in de maatschappij staan en samen met de bewoners, bedrijven en alle belanghebbende partijen in de stad moeten bouwen aan onze gemeente. De organisatie dient daarvoor verschillende rollen aan te kunnen nemen, die variëren van regisseur, beheerder, participant, realisator tot informant. In de openbare ruimte zijn deze rollen allemaal aan de orde en soms lopen deze rollen door elkaar heen.  
Bovenstaande sluit ook weer nauw aan op de ambitie om een participatieve samenleving te willen zijn en daarmee bewoners en bedrijven ruimte te geven voor initiatieven in allerlei vormen en verschillende omvang. Van kleinschalig (stoeptegel)- niveau tot en met right to challenge met alles wat daartussen zit en wat daarbij komt kijken. Veelal spelen zich dit soort zaken af in de openbare ruimte en zal daar passend op gereageerd moeten worden.

Dan zijn er de nog de diverse grote ambities van Deventer zelf waarin we met partijen gebiedsgericht willen bouwen aan de toekomst van onze mooie gemeente. De openbare ruimte is een belangrijk onderdeel, het fundament, dat bij al die gebieden volwaardig meegenomen dient te worden zodat het functioneren ervan al in een vroeg stadium een volwaardige plek krijgt in het geheel. We denken hierbij aan o.a. de bereikbaarheid, de groenstructuur, het klimaatadaptatieprogramma, het thema gezondheid, ontmoeting, riolering, etc.
Vooral door de grote ontwikkeling op het gebied van Wonen en Voorzieningen zijn er op het vlak van bereikbaarheid (op peil houden) en een robuuste groen/blauwe structuur behouden/ontwikkelen flinke uitdagingen te verwachten de komende jaren. Denk hierbij aan het verbeteren/uitbouwen van de fietsinfrastructuur maar ook aan de afronding van het Hanzetrace (verdubbeling Van Oldenielstraat) is daarbij van belang. De groen/blauwe infrastructuur is van groot belang voor o.a. de benodigde klimaatmaatregelen, gezonde leefomgeving, aantrekkelijke leefstad en voor recreatiemogelijkheden.   
Om al deze zaken goed in beeld te houden is het nodig om de data goed op orde te krijgen en de systemen zowel binnen als buiten op elkaar afgestemd te krijgen zodat we de juiste sturingsinformatie in handen hebben. Het data-gestuurd werken zorgt ervoor dat we regie houden op hetgeen er gebeurt in de gemeente. Ook kunnen we daarmee communiceren met andere partijen en overheden die eveneens belangen hebben bij een organisatie die weet wat er speelt. Het stelt ons tevens beter in staat om van tijd tot tijd innovatieve zaken in te brengen in onze leefomgeving.  

2. Concrete vragen en aandachtspunten

De vraag is niet zozeer of we met de bovengenoemde ontwikkelingen mee willen bewegen en mee willen doen maar meer hoe we dit zouden kunnen doen de komende jaren. Staan we gesteld als organisatie om al deze opgaven aan te kunnen? Beschikken we over de gevraagde kennis en ervaring?
Hebben we voldoende middelen om de stad en het buitengebied op orde te houden maar ook om mee te kunnen groeien met de genoemde maatschappelijke ontwikkelingen? Beschikken we al over de juiste 'gereedschappen’ om al deze zaken aan te kunnen en zijn ze op korte termijn inzetbaar?
Wordt er op de juiste wijze regie gevoerd op de openbare ruimte in Deventer om alle ontwikkelingen op een goede manier een plek te geven in de komende jaren? Dit ook in relatie tot de verbonden partijen die voor ons actief zijn.

Waar het programma Leefomgeving zich tot enkele jaren geleden zich nog ‘enkelvoudig’ kon richten op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, dient zij zich nu steeds meer ook op andere gemeentelijke doelstellingen te richten om hiermee te kunnen voldoen aan de brede maatschappelijke verwachtingen. Daarom zijn er nu ook al afspraken gemaakt om op een wijkgerichte manier en integraler naar de brede opgaven te kijken en daar ook een passende gezamenlijke programmering op te zetten voor de inrichting van een gebied of een wijk. In een gebiedsgerichte aanpak kunnen we kruisverbanden aanbrengen vanuit het sociaal en ruimtelijk domein. Daarbij kun je de opgaven zoals energie- en warmte-transitie, toekomstige bedrijventerreinen, klimaatadaptatie, een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving goed borgen.

De aanleidingen om zaken in de inrichting en of het beheer in de leefomgeving aan te passen worden dus niet meer louter en alleen ingegeven door een technische noodzaak maar ook omdat we als gemeenschap andere eisen stellen dan enkele jaren geleden. Het overkomt ons dan ook steeds vaker dat bewoners, bedrijven of andere belanghebbenden met verzoeken voor aanpassingen komen, ruim voordat de inrichting aan groot onderhoud toe is. Het knelpunt hierbij is dat we daar de middelen niet altijd voor hebben en de verzoeken niet (volledig) kunnen honoreren.

Het programma Leefomgeving wil graag die brede regierol in de openbare ruimte op zich nemen. Daarbij zien we naast de wijkgerichte aanpak en een aantal andere activiteiten die al in gang zijn ingezet, 3 hoofdsporen voor ons;

  1. Het eerste spoor is het maken van een nota kapitaalgoederen waarin staat wat we aan assets (producten) allemaal hebben in de openbare ruimte en wat het kost om deze (duurzaam en) op niveau in stand te houden.  In deze nota kapitaalgoederen kijken we niet alleen naar de vervangingsopgave maar ook naar de onderhoudsopgave. Daarmee geeft de nota kapitaalgoederen meerjarig inzicht in de stand van zaken van alle elementen die onderdeel uitmaken van de leefomgeving. De nota wordt eind 2022 aan de raad gepresenteerd. De resultaten daarvan kunnen gebruikt worden in de aanloop naar de Voorjaarsnota 2023 inclusief meerjarig perspectief;
  2. Het tweede spoor is het opzetten van een zogenaamde tactische beheer cyclus waarin we de middellange termijnplanning van het onderhoud in beeld gaan brengen. De toegevoegde waarde van deze planning is dat we beter kunnen afstemmen op transitie-opgaven en andere langere termijnplanningen als bijvoorbeeld TBBT, energietransitie en de gehele ontwikkeling Wonen en Voorzieningen;  
  3. Het derde spoor is meer van organisatorische aard en moet aangeven wat is er kwalitatief en kwantitatief nodig is om alle ontwikkelingen en doelstellingen waar te kunnen maken in de komende jaren.